Hoezee hoezee! De Bacillen gaan allemaal mee!
Ik hoest dan meer tevoren m’n longen uit m’n lijf. Mijn hoofd zit vol met snot en alsof het niet erger kan word ik snachts wakker met het gevoel alsof er 2 opgeblazen ballonnen in m’n ogen en voorhoofd zitten en, als klap op de vuurpijl, een oor dat jengelt van de pijn. Great, met het oog op een vlucht naar Sicilie,over zo’n 3 dagen, is vooral dat laatste waarvan ik wakker lig. Uiteindelijk rollen de tranen over m’n wangen, misschien nog niet eens zo zeer van de pijn danwel omdat ik grote waarde hecht aan het altijd-tekorte-slaapje wat ik ’snachts pak. (Ik huil ook stiekem in stilte iedere ochtend bij het gekraai van Niels’ iPhone dat de nachtrust alweer voorbij is) Maandag zit ik dan ook als een volledige lijk (niet zoals normaal maar semi-lijk) achter de computer op kantoor en pers er met moeite 2 nieuwsbrieven uit en met gemak 17 volole zakdoeken. Hoezee, Hoezee, het leven valt niet mee.
’s Middags langs het Kruidvat en ik benevel me dezelfde avond nog met vitamines, paracetamol, neusdruppels, oordruppels en een halve (ok, hele) fles wijn (preventieve desinfectie van een keelontsteking). En zo sta ik alsnog de volgende dag in verre staat van ontbinding op. Hoera hoera, ik ben blij dat ik (op)sta… not. Bij het ontbijt vraagt Niels me of ik onze paspoorten al kwijt ben. ‘ Neeeeeh’ antwoord ik verwijt ‘ Maar de kans is groot dat ik bij Eindhoven erachter kom dat ik ze ben vergeten. Eindhoven? Hoe rijden we eigenlijk naar Dusseldorf?’ En terwijl Niels de keuken in wandelt herhaal ik mijn vraag met iets meer volume (en de nasale klank iets ondrukkend:) ‘ Hoe rijden we naar Dusseldorf?’ Merlijn antwoord: ‘Nou, gewoon zo met de auto: Brrrrrrrmmmm’ En Niels herhaalt dit met veel frivoliteit.
Alsnog lig ik op kantoor met mijn neus bijna op de H van mijn toetsenbord maar wonder boven wonder trek mijzelf uit de valley of the shadow of death en na wat koffie begint me langzaam te dagen: Laatste dag werk. Laatste dag werk! Tenminste… als ik vandaag dan ook al m’n werk afkrijg. Ik ben er klaar voor: vakantie! Zondag stond ik net met de harsstrips op m’n schenen en schaamlippen toen mijn zus belde. ‘ Ik wist het, ik wist het!’ Wat? ‘Dat je uitgerekend op dit moment zou bellen. Uiteindelijk was mijn wraak zoet toen ik mijn zus diezelfde middag introceerde aan de wereld van de harsstrip. De voordeur, die op een kier stond voor Tijger op de gang, sloeg dicht. Shock effect: da’s toch niet Niels he? ‘Nee,’ garandeer ik met twijfel ‘ die is aan het golfen met wat kaaskoppigen’ maar toch sms ik ‘m: Je bent voorlopig toch nog niet thuis he?
Dat ik word gebeld in zo’n situatie is 1 ding, een vriendje die daarop zou binnen lopen een heeeeel ander ding. Zeker nu m’n zus er net zo bij zit. En terwijl ik druk op send word er aan (de inmiddels op slot gedraaide) deur geklopt. Zus en ik kijken elkaar aan alsof we een roze olifant in de huiskamer zien branden…. Ik steek mijn rode hoofd om het randje van de deur: De onderbuuf: Tijger heeft weer huisvredebreuk gepleegd, of ik ‘m onder dr bed vandaan kan vissen.
Met m’n neus dus inmiddels niet meer zo op de H werk ik m’n werk af en om half wens ik de jongens in de studio een fijne vakantie. In koor hoor ik een grote huh? uit hun gedachten voort komen…
‘Oneeee, alleen ik ga op vakantie!’ en loop nog immer snotterend, maar grijzend weg.
Sicilie, here I (en de 9821764923659265 bacillen) come! Yay, yay… het leven valt weer mee!
www.reinaaa.nl